Breinvlaag 2009-124a. Zand.

Mijn eigen kinderen zijn de wonderpillen tegen mijn geheugenverlies. Zolang ik met die kinderen meegroei, komen bij elke leeftijd herinneringen bovendrijven uit de tijd dat ik zo oud was als zij. Zo zag ik mijzelf opnieuw met mijn hoofd tegen muurtje knallen, goals maken en mijn diploma halen. Ook kleinkinderen blijken je te kunnen helpen om dingen beter te onthouden. .

Hoe ouder je wordt, hoe meer tijd je kwijt raakt. Mijn geheugen produceert zwarte gaten. Vorige week ontstond daaruit plotseling leven, iets teveel leven zelfs.

Sinds drie jaar ben ik de op(p)a(s) van Pluk. Pluk is de dochter van mijn oudste dochter en ze heeft er zin in, in het leven bedoel ik. Ik pas op haar in de speeltuin van het stadspark. Jaren geleden zat ik ook elke zomer met mijn dochter in een park, in het Vondelpark om precies te zijn. ’s Ochtends naar werk, ’s middags met de kids naar de speeltuin. Ik had altijd aanspraak en er was altijd wel ergens een moeder die mij er op wees dat mijn kind haar kind met zand gooide. Pluk is gek van zand. Net als haar moeder vroeger. Ze stopt het overal in, het liefst in haar mond.

Boeiende gesprekken met die moeders voerde ik toen ook al. Uiteindelijk moesten zij meestal toegeven, dat zij niet een eigen man hadden die hun kind wilde uitlaten. Die zat namelijk op zijn werk te spelen en niet met zijn kroost. Dat soort gedachten brachten die moeders en mij dichter bij elkaar. Ik zei dan plagend, dat ik graag met de kinderen naar de tuin ging, opdat hun moeder ook eens wat voor zichzelf kon doen. Zo galant. Ik had in die tijd genoeg aan een halve baan. Het kwam voor, dat we zo vreselijk genoten van onze onvrijheid, ons door onze partners aangedaan, dat iemand naast ons moest vragen of we alsjeblieft de vinger van mijn dochter uit het oog van hun kind wilden halen. Afijn, ik zou het zo overdoen.

Vorige week ging het dus weer als vanouds. Ik had de buggy losjes tegen mijn knie geparkeerd, rolde deze soms een paar centimeter heen en weer zonder precies te weten waartoe. Pluks flesje hing in het netje aan het stuur (heet dat stuur?), net als haar knuffel. Ik keek langs het gezicht van mijn buurvrouw naar beneden naar haar kind. Het jongetje sloeg met een hamertje op een plastic kikker, steeds net naast de blote voeten van zijn moeder. Van wie had dat jong dat, leek ik zichtbaar te denken, want de jonge moeder zei tegen haar zoontje: net als je sterke papa hè. We namen de erfelijkheidsleer door tot het ons begon te vervelen. Nergens die papa te zien natuurlijk. Zij stopte één plug in haar oor, kennelijk wilde ze contact houden met haar kind. Ik begon een nieuw gesprek via haar vrije oor. Twee mensen, allebei met hun eerste kind, dat schept een band. We begonnen te kletsten over muziek en over hoe gemakkelijk het toch allemaal was met die stickies van tegenwoordig. Zij had een iPod en ik zette de muziek op mijn mobiel. We beamden via Bluetooth wat muziek en foto’s naar elkaar, beetje schouder aan schouder om op die kleine schermpjes nog iets te kunnen zien. Ik beloofde dat ik er ook foto’s van mij van vroeger bij zou doen, de volgende keer. We namen elkaar op. Zij op haar beurt zou ook foto’s van zichzelf meebrengen, haar man had een eigen studio, hij deed veel in zwart-wit, erg stijlvol en veel naakt – vaak nam hij zogenaamde modellen mee naar huis. Je kon die knappe modellen nergens zo boos mee krijgen als wanneer je over hun gave huidjes een korrelig filter legde. Kunst heette dat, maar de meiden vonden het maar niets. We lachten om zoveel technische toenadering. Ik voelde mijn haargrens blozen. Jij lijkt haast jonger dan Berlusconi en ik ben ook pas jarig geweest, plaagde zij.

Mijn mobiel ging af en ik zei dat Pluk bij mij was. Of ik haar dan ook echt zag? Pluk was nergens te zien. Verdorie, net nou ik zo lekker bezig was met muziek enzo. De kleinkinderen waren al net zo erg als de ouders. Waar was Pluk? Waarom had geen van die andere ouders mij gewaarschuwd? Was ze ontvoerd? Wie belde mij daarnet? Opeens voelde ik een smerige hap zand tussen mijn lippen gedrukt, mijn wang deed zeer. Ik spuugde en sputterde. Een enge man met een camera om zijn nek haalde opnieuw uit om mij in te peperen dat ik van zijn lief af moest blijven en dat ik, ouwe lul, weg moest wezen, of ik soms een stamp voor mijn harses wilde, een beuk kon ik krijgen. Intussen liet hij mij zijn fototas zien: vol met zand. Als hij dat wicht in handen zou krijgen zou er wat gebeuren, zo bulderde hij.

Er kwam een oude herinnering omhoog. Mijn wonderpil begon te werken. Ooit was ik met Pluks moeder in een zandbak ergens in het Amsterdamse Bos. Ik was heftig in gesprek geraakt met een journalist van Het Parool. De goede man had al een neutje op en schepte ietwat brallerig op over Zijn Breaking News in Zijn krant; iets over royalty, dat Pieter een affaire had en dat hij nu Zijn artikel ook nog eens gesleten had aan alle boulevardbladen van de beschaafde wereld. Ik moest toegeven: hij had een primeur. Of ik dat artikel mocht inzien vroeg ik. Of hij wellicht plaatjes had, belastend materiaal? Nee, kon absoluut niet. Je kunt niemand vertrouwen, zei hij, zelfs mijn vrouw heeft het niet gezien, haar vriendinnen zouden er een moord voor doen. Nee, hij had slechts één kopie en daarmee ging hij nu op weg naar Zijn Krant. Hij tastte in zijn zak. Mijn dochter kroop op mijn schoot, verdacht dicht tegen mij aan. De royaltyverslaggever verschoot van kleur, in zijn hand een floppy, verkreukeld met zandkorrels. Hij draaide aan de disk, krrrrrrch. Kom, zei ik, we gaan maar eens op huis aan. Mijn dochter veegde de laatste resten zand van haar onschuldige handjes. Een kind wist toen ook al niet wat een floppy was en dat je daar vieze plaatjes van zoenende prinsen op kon verstoppen, al helemaal niet. Niemand heeft ooit een palende pieterman gezien. De journalist ventte later de straatkrant uit naar ik heb vernomen. Ik spreek zijn vrouw nog wel eens. We lachen dan om die bak van Pieter die maar niet betrapt kon worden, terwijl hij zo graag wilde.

Ik had dit allemaal dus al eens meegemaakt. De herinneringen komen weliswaar steeds vaker pas nádat ik bonje blijk te hebben met een jaloerse of anderszins kwaaie vader, maar het geheugen doet het nog, beetje trager geworden. Misschien dat de wonderpil nog niet uitontwikkeld is. Opa zijn is spannend en je herinnert je ten minste weer eens wat.



Categorieën:Foto's, Humor, Krant, Muziek, sexy

1 reply

  1. Komt uw column ook in de Koninklijke Straatkrant?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: