Breinvlaag 2009-183a. Twitter, smorend deksel op uw hersenpan

Wie kan je nou nog geloven hedentendage? Zoveel media, zoveel zinnen.

Voordat er televisie was, bestond de radio al. Die kon je meestal nog wel geloven. Radio Oranje sprak tijdens de Tweede Wereldoorlog de absolute waarheid. Och, was alles maar zo simpel als oorlog.

Na de oorlog zaten wij met het Achtuurjournaal ook helemaal goed. Dankzij de ernstige oogopslag van Fred Emmer en Harmen Siezen wisten we precies wat er in de wereld gebeurde. Ouderen riepen “sst, luuster ‘ns, wat zegt ie?” als de omroeper van zijn papier voorlas, net als bij radio vroeger. Het Journaal had, net als Radio Oranje, ook de functie van selectie: alleen wat op het Journaal kwam was waar gebeurd. Een enkele oom wist daar nog nieuws van de politiescanner aan toe te voegen, maar dan wist je ook echt alles van de wereld.

Toen kwam CNN.

24 uur per dag Journaal en allemaal waar gebeurd. De gewone man moest noodgedwongen terug grijpen op zijn verzuilde basisschoolkennis en begreep er nog weinig van. Spektakel bood het wel, veel oorlogen. Iemand moest al dat nieuws gaan uitleggen, zeker omdat CNN volledig Amerikaans is.

Steeds meer omroepen.

Voor elk nieuwsfeit kwam er een zelfstandige zender bij, want aan de krant had je niet meer genoeg, of deze schreef te moeilijk. Sociale stratificatie van het kijkerspubliek, nieuwe waarheden deden hun intrede. Spuiten & Slikken voor de ene laag, spuiten of slikken voor de andere laag.

LinkedIn, Hyves en al die andere sociale netwerkjes, op hun gebied leidende blogs, als Flickr voor foto’s en Delicious voor bookmarks, helpen je je mening te bepalen bij wat Journaal-fähig is. Lullige nieuwsbulletins van obscure radiozenders gingen hun nieuwsflitsen niet voor niets opnieuw ‘journaal’, ‘radiojournaal’ eerst nog, noemen.

Twitter, tegen al uw onzekerheden in het leven.

Teveel aan waarheden maakt veel mensen labiel, onzeker. Helaas duizelt het de e-mediaconsument nog steeds en dus zoekt hij naar een beter soort Journaal: hij wil een aantal korte simpele waarheidsitems op een beeldscherm, Twitter dus.

Twitter creëert enerzijds een wij-gevoel van vrienden om het even. Anderzijds lijkt beeld- en meningsvorming via Twitter op lemmavorming bij Wikipedia: iedereen kan meedoen, in de hoop dat de deelnemers werkelijk geïnteresseerd zijn. De vele snelle reacties op elkaar zorgen tegelijkertijd voor een soort hygiëne bij deze korte contactencyclus, iedereen vlooit iedereen. Tot zover is het alleraardigst.

Het onderwerp van het twittergesprek is echter net zo willekeurig als dat van het Journaal, namelijk afhankelijk van waarop de lens toevallig gericht is. Iedereen praat vervolgens iedereen na en alleen waarover getwitterd wordt, is nog het ware onderwerp van gesprek. Overal en nergens over. Je doet het om een Waarheid te construeren omtrent wat iemand jou toevallig, op enig moment, 24 uur per dag, twittert (ik ben op mijn werk en hoor net dat Michael Jackson dood is; ja klopt, zie ik op tv; hier ook, MTV; hallo bij ons ook op de Belg etc.) en hierdoor een trend te zetten in de waarheidsmarkt.

Google barometer brengt die trend dan weer geloofwaardig op je scherm en zo is de interactieve cirkel rond. Na de dood van MJ blijken significant meer mensen verdrietiger en sturen depritweets de wereld rond, hun beltegoed wordt hierdoor sneller verbruikt, men gaat geld bijlenen, mensen kunnen hun hypotheek niet meer betalen, worden uit hun huis gezet, gaan dus uit isolatie nog meer bellen, belanden van de straat in de goot … het einde der tijden, tweet tweet, say no more, say no more.

Nooit meer information overload.

Teveel aan informatie, zogenaamde information overload bestaat door Twitter niet meer, want elke twittergroep heeft zijn eigen afgeschermde informatiehoeveelheid. (je sociale twitternetwerk is je filter – vol = vol, ander nieuws moet buiten blijven). De twitteraar blijft binnen de grenzen van zijn Twitterland, koestert het federatieve model van mobiel verbonden geestverwanten, geniet van het voorrecht nooit meer te hoeven luisteren naar de mening van anderen … De inwoner van Twitterland is nationalistisch van aard, vind je overal op de wereld en voelt zich prettig bij overal dezelfde opportunistische mening.

Oorlog:

Stel: Twitterland A valt Twitterland B aan, omdat Twittertje B aanTwitterje A (laten we hem Frans Ferdinand, noemen) een enge tweet gestuurd heeft. A twittering clash of cultures. Oorlog. Simpel. Echt waar. Niet te twitteren.

Arbitrage.

Ik stel daarom voor om belangrijke twitteraars, meestal mensen die al langer twitteren en wier tweets vaker volgers trokken dan anderen, referees te noemen. Iets van controle lijkt handig, een soort toezicht door een commissie van wijze mannen op opruiend twittergedrag moet haalbaar zijn, lijkt mij. Een clash dient te allen tijde vermeden. Of is dit hopeloos ouderwets allemaal en verdient elke cultuur haar eigen snoeimes?

Vriendendienst.

Nu lees ik, dat er FriendFeed is. Het is een soort superaggregator, die de data van al die sociale netwerkjes bij elkaar harkt, ze met elkaar verbindt en zo een totaaloverzicht biedt van waar je vrienden precies zitten. Al meer dan 60 van onze sociale netwerkjes (diensten ?) laten zich uitzuigen door dit fenomeen. In feite wordt door deze dienst zichtbaar gemaakt, wat uitbaters van zoekmachines als google, tot nu toe onzichtbaar achter de schermen, al langer deden.

Who feeds who? Vrienden voer je niet.



Categorieën:Geld, Geloof

1 reply

  1. Had men mij destijds maar tijdig getwitterd, dan was ik vast niet zo’n bekende dooie geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: